Diagnose

De diagnose van uitzaaiingen van prostaatkanker wordt meestal gesteld met een botscan. Bij dit onderzoek wordt een zeer licht radioactief product ingespoten dat zich zal vastzetten op plaatsen in het bot waar er botproblemen zijn. Als de dokter dan gaat scannen zullen die plaatsen oplichten waar er iets aan de hand is met het bot. Deze plaatsen noemt men ‘hot-spots’. De dokter die botscans uitvoert is de specialist in nucleaire geneeskunde.

Op een botscan lichten echter ook plaatsen op van artrose, oude botbreuken en zo verder. Het ingespoten product maakt geen onderscheid tussen botombouw door kwaadaardige ceellen of door botombouw door bijvoorbeeld artrose. Door ervaring kan de specialist wel uitmaken of de hotspots metasasen zijn of andere banale zaken. Zo is bijvoorbeeld een hotspot in een vingerkootje bijna nooit een metasase maar eerder getuige van een oude breuk.

Als er veel hotspots zijn, en men wil absoluut uitsluiten dat er uitzaaiingen zijn, worden er radiografies gemaakt van de hotspots. Op een radiografie kan de radioloog uitmaken of de hotspots uitzaaiingen zijn of eerder van banale oorsprong (artrose, oude botbreuk). Dit is niet altijd eenvoudig en vergt enige ervaring van de radioloog.

Als een MRI of NMR-scanner beschikbaar is, wordt er soms ook hiermee gescand. Met dergelijke scan is het veel eenvoudiger om uit te maken of de hotspot een metasase is of niet. MRI of NMR scanners zijn echter duurder in gebruik en niet overal en snel beschikbaar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *