Opsporing

Om prostaatkanker op te sporen zijn er verschillende middelen.

De veronderstelling dat, als je geen klachten hebt, je geen prostaatkanker kan hebben, klopt niet. Ondervraging van de patiënt of anamnese is dan ook geen goed middel om prostaatkanker op te sporen. Zeker in het begin geeft prostaatkanker bijna geen klachten of helemaal geen klachten.

Ook het lichamelijke of klinische onderzoek heeft zijn beperkingen om prostaatkanker op te sporen. Bij het lichamelijk onderzoek wordt een zogenaamd rectaal toucher uitgevoerd. De arts doet een handschoen aan, neemt PSA glijmiddel en gaat langs de anus met een vinger voelen aan de prostaat. De meeste mannen vinden dit rectaal toucher vervelende zaak. Het blijft echter een waardevol onderzoek om prostaatkanker op te sporen. Het rectaal toucher wordt ook wel PPA genoemd of palpatio per anum.

Bloedonderzoek is een erg waardevol middel om prostaatkanker op te sporen. Om prostaatkanker op te sporen wordt het eiwit PSA opgespoord in het bloed. Door de hoeveelheid PSA te bepalen, kan men de kans op prostaatkanker inschatten.

Men kan ook een echografie van de prostaat uitvoeren. Als men met de echograaf langs de buik de prostaat onderzoekt is het eigenlijk alleen mogelijk om een grove inschatting van het volume te krijgen. Als men de prostaat specifiek wil gaan onderzoeken, gaat men transrectaal te werk.

Als eenmaal de diagnose van prostaatkanker vaststaat, en men twijfelt over het klinische stadium, kan een NMR gebeuren.

Uiteraard staat de wetenschap niet stil en worden er regelmatig nieuwe medische technieken ontwikkeld om prostaatkanker beter op te sporen.

Als er met opsporing van prostaatkanker aanwijzingen zijn voor prostaatkanker, worden er prostaatpunctiebiopsies genomen om de veronderstelde diagnose te bevestigen of te weerleggen.

Een gedachte over “Opsporing

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *